ECLI:NL:RBMNE:2025:5318
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om proceskostenveroordeling in bestuursrechtelijke zaak tegen college van burgemeester en wethouders
In deze uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland op 1 oktober 2025, in de zaak UTR 24/2024, beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht in de proceskosten. Verzoeker had eerder beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar tegen een last onder dwangsom, opgelegd wegens het omzetten van een zelfstandige woning zonder de benodigde vergunning. Na intrekking van het beroep, omdat het college op 8 april 2024 alsnog een besluit had genomen, verzoekt verzoeker om vergoeding van de proceskosten. De rechtbank heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op dit verzoek, waarop het college heeft aangegeven dat er aanleiding is voor toekenning van proceskosten, maar verzoekt om een wegingsfactor van 0,25 toe te passen. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe en stelt de wegingsfactor vast op 0,5, wat resulteert in een vergoeding van € 453,50. Daarnaast wordt het college verplicht om het door verzoeker betaalde griffierecht van € 187,- te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter M. van der Knijff, in aanwezigheid van griffier L.E. Mollerus, en is openbaar uitgesproken op dezelfde datum.