ECLI:NL:RBMNE:2025:5171
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek afkondiging afkoelingsperiode in besloten akkoordprocedure wegens verslechtering verhaalspositie schuldeisers
De besloten vennootschap [verzoekster] B.V. verzocht de rechtbank om een afkoelingsperiode van vier maanden af te kondigen in het kader van een besloten akkoordprocedure ex artikel 376 Faillissementswet Pro. [verzoekster] verkeert in financiële problemen door tegenvallende instroom van werknemers en verliezen sinds 2020, mede veroorzaakt door een mislukte aanbesteding en de coronapandemie. De grootste schuldeiser is de Belastingdienst met een vordering van ruim €26 miljoen.
Tijdens de procedure heeft de rechtbank vastgesteld dat [verzoekster] onvoldoende liquiditeit genereert uit haar bedrijfsactiviteiten en afhankelijk is van aflossingen van de aandeelhouder om aan lopende verplichtingen te voldoen. De liquiditeitsprognoses bevatten onzekerheden en extra kosten zijn onvoorzien opgekomen. De Belastingdienst verzet zich tegen het verzoek vanwege de grote openstaande belastingschulden en het publieke belang.
De rechtbank oordeelt dat hoewel de noodzaak voor een afkoelingsperiode aannemelijk is, de verhaalspositie van de gezamenlijke schuldeisers gedurende deze periode zal verslechteren. Er is geen concreet uitzicht op een akkoord dat meerwaarde biedt voor schuldeisers. Daarom wordt het verzoek afgewezen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot afkondiging van een afkoelingsperiode wordt afgewezen wegens verslechtering van de verhaalspositie van schuldeisers.