ECLI:NL:RBMNE:2025:4971
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op eenmalige tegemoetkoming ouderen van Surinaamse herkomst na overlijden
De erven van een vrouw die in 2021 overleed, hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun aanvraag voor een eenmalig bedrag op grond van het Tijdelijk besluit eenmalig bedrag ouderen van Surinaamse herkomst. Dit besluit, ingevoerd om een gebaar te maken naar ouderen die geen volledige AOW hebben opgebouwd vanwege hun verblijf in Suriname vóór de onafhankelijkheid, geldt alleen voor personen die op 1 juni 2024 in leven waren.
De rechtbank oordeelt dat hoewel de overledene aan de voorwaarden zou hebben voldaan als zij nog leefde, het besluit expliciet geen recht verleent aan nabestaanden of aan personen die vóór de inwerkingtreding zijn overleden. De minister heeft geen ruimte gelaten voor individuele afwijkingen of een hardheidsclausule.
De rechtbank bevestigt dat de minister de aanvraag en het bezwaar inhoudelijk heeft behandeld en dat de afwijzing op goede gronden is gebaseerd. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waarbij de erven geen recht hebben op vergoeding van griffierecht of proceskosten.
De uitspraak benadrukt het belang van de leeftijd en het moment van overlijden in relatie tot het Tijdelijk besluit en bevestigt dat nabestaanden geen aanspraak kunnen maken op het eenmalige bedrag.
Uitkomst: Het beroep van de erven wordt ongegrond verklaard en zij krijgen geen recht op het eenmalige bedrag.