Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 9 september 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
de korpschef van politie
Inleiding
De beoordeling door de rechtbank
s de zoekslag voldoende geweest?
Conclusie en gevolgen
Het verzoek om schadevergoeding
De kosten van de procedure
Beslissing
- verklaart de beroepen tegen de bestreden besluiten van 29 april 2022 gegrond;
- verklaart het beroep tegen het herstelbesluit van 7 november 2024 gegrond;
- vernietigt de besluiten van 29 april 2022, voor zover inzage is geweigerd in persoonsgegevens op grond van de weigeringsgrond ‘bescherming van de rechten en vrijheden van anderen’;
- Vernietigt het herstelbesluit;
- draagt de korpschef op om binnen 8 weken over de onder 2.15 en 2.16 genoemde passages in het aanvullend verweer van 22 juni 2023 in dossier UTR 22/2620 opnieuw op het bezwaar te beslissen, behalve voor zover deze documenten ook genoemd zijn onder randnummer 2.10 in het aanvullend verweerschrift, met inachtneming van deze uitspraak en van de tussenuitspraak;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van de vernietigde delen van de besluiten van 29 april 2022 voor het overige in stand blijven;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het herstelbesluit van 7 november 2024 voor het overige in stand blijven;
- veroordeelt de korpschef tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 500,-;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 2.000,-;
- draagt de korpschef op de betaalde griffierechten van € 368,- (2 x € 184,-) aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt de korpschef in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 4.535,-.