ECLI:NL:RBMNE:2025:4879
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep wegens ontbreken procesbelang bij toekenning individuele inkomenstoeslag
Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen de beslissing op hun aanvraag voor individuele inkomenstoeslag, met name tegen de draagkrachtberekening die volgens hen onjuist is vastgesteld per 3 mei 2024 in plaats van 1 oktober 2024. Verweerder had de toeslag voor gehuwden van € 745,- toegekend en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang, omdat de aanvraag volledig was ingewilligd.
De rechtbank behandelde het beroep en concludeerde dat het beroep zich beperkt tot het bestreden besluit en de daarin behandelde gronden. Eisers hadden geen schade gesteld en het belang van een inhoudelijke beoordeling voor toekomstige aanvragen werd niet onderbouwd, aangezien de individuele inkomenstoeslag niet afhankelijk is van een draagkrachtberekening.
De rechtbank oordeelde dat eisers niet benadeeld zijn en dat er geen sprake is van schending van bestuursrechtelijke beginselen zoals zorgvuldigheid en motivering. De financiële en medische problemen van eisers konden niet worden toegerekend aan het besluit. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet toegewezen.
De uitspraak benadrukt tevens dat het indienen van een groot aantal processtukken zonder directe relatie tot de procedure de beoordeling bemoeilijkt en dat eisers zich niet op de zitting hebben laten bijstaan. De uitspraak is gedaan door rechter P. Lenstra op 15 september 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van procesbelang bij het bezwaar tegen de individuele inkomenstoeslag.