Uitspraak
1.de vennootschap onder firma [gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2] ,
[gedaagde sub 3] ,
[gedaagde sub 4],
[gedaagde sub 5],
Rechtbank Midden-Nederland
De eiser, een buitenlandse werknemer, vorderde in kort geding betaling van achterstallig loon, wettelijke verhoging en buitengerechtelijke kosten van zijn voormalige werkgever, een vennootschap onder firma. De werkgever en haar vennoten verschenen niet in de procedure, waardoor verstek werd verleend.
De kantonrechter stelde vast dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en Nederlands recht van toepassing is. Het spoedeisend belang van de eiser werd voldoende onderbouwd, mede doordat hij had moeten lenen om rond te komen vanwege het niet ontvangen loon.
De vorderingen werden toegewezen, met een wettelijke rente over het achterstallige loon vanaf 1 mei 2023 en over de wettelijke verhoging vanaf de dag van dagvaarding. De buitengerechtelijke kosten werden toegekend tot het wettelijke maximum. De werkgever werd tevens veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Loonvordering van €4.700 netto, wettelijke verhoging en buitengerechtelijke kosten toegewezen bij verstek.