De betrokkene kreeg een boete van €280 wegens het niet stoppen voor een rood verkeerslicht op 25 oktober 2023. Het administratief beroep werd door de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening. De kantonrechter beoordeelde echter dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was, omdat de bestuurder, een werknemer met beperkte Nederlandse taalvaardigheid, de uiterste datum voor beroep verwisselde met de uiterste betaaldatum.
De kantonrechter paste het beoordelingskader van de hoogste bestuursrechters toe, zoals geformuleerd in ECLI:NL:CBB:2024:31, ook op Wahv-zaken. Hierdoor werd maatwerk toegepast bij de beoordeling van de termijnoverschrijding. De betrokkene had de procedure aan de werknemer overgelaten, die zich vergiste in de data, maar direct na ontdekking beroep instelde.
Daarnaast betwistte de werknemer dat hij door rood reed en wees op flitsfoto’s. De foto’s toonden een situatie waarbij de vrachtwagen mogelijk rechtsaf sloeg en door groen reed, maar door ruim nemen van de bocht mogelijk de detectielussen voor rechtdoorgaand verkeer activeerde. De kantonrechter gaf de werknemer het voordeel van de twijfel en vernietigde de administratieve sanctie.
Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend omdat niet was gebleken dat kosten waren gemaakt. De beslissing is genomen door kantonrechter K. de Meulder en kan binnen zes weken worden aangevochten bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.