ECLI:NL:RBMNE:2025:4568
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen WOZ-waarde woningen wegens onvoldoende onderbouwing en correcte waardering
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het beroep van Stichting Saxum tegen de WOZ-waarden van twee woningen in [plaats], vastgesteld op respectievelijk €512.000 en €385.000 per 1 januari 2023. De heffingsambtenaar had deze waarden gebaseerd op de vergelijkingsmethode met referentiewoningen in de buurt. Eiser stelde lagere waarden voor en voerde achterstallig onderhoud en onjuiste vergelijkingen aan.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarden niet te hoog waren vastgesteld. De vergelijkingsmethode was correct toegepast en de referentiewoningen waren passend gekozen. Het bouwkundige rapport van eiser was onvoldoende concreet om het onderhoudsniveau te betwisten. Het verzoek om heropening van het onderzoek werd afgewezen wegens het ontbreken van procesbelang en voldoende voorbereiding.
Ook het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen, omdat de bezwaar- en beroepsprocedure nog geen twee jaar had geduurd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskosten en griffierechtvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarden van de woningen wordt ongegrond verklaard en het verzoek om heropening en schadevergoeding wordt afgewezen.