Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De kern van de zaak
4.De beoordeling door de kantonrechter – toewijsbaarheid van de vorderingen
€ 41,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing
Rechtbank Midden-Nederland
De eisende partij verhuurde diverse roerende zaken aan de gedaagde partij, waaronder een smartphone, laptop, koptelefoon en een babystoel. Na ontbinding van de huurovereenkomsten wegens betalingsachterstanden weigerde de gedaagde partij de zaken terug te geven. De eisende partij vorderde daarom afgifte van de zaken, een gebruiksvergoeding, boetes, schadevergoeding, rente en kosten.
De kantonrechter verleende verstek tegen de gedaagde partij en voerde ambtshalve toetsing uit van de consumentenbeschermende informatieplichten en algemene voorwaarden. De eisende partij erkende de schending van de informatieplicht omtrent de bestelknop, wat leidde tot een sanctie in de vorm van een vermindering van de betalingsverplichting met 40%.
De vorderingen tot afgifte van de zaken en gebruiksvergoeding werden grotendeels toegewezen, met dwangsommen bij niet-naleving. Boetes en schadevergoeding werden afgewezen wegens gebrek aan grondslag in de overeenkomst. De buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente over het toewijsbare bedrag werden toegewezen. De gedaagde partij werd veroordeeld tot betaling van proceskosten, waarbij een deel van het griffierecht voor rekening van de eisende partij bleef.
Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en is gewezen door kantonrechter O.P. van Tricht op 2 juli 2025.
Uitkomst: Gedaagde partij veroordeeld tot gedeeltelijke betaling, teruggaaf zaken en dwangsommen bij niet-naleving.