ECLI:NL:RBMNE:2025:4144
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beschikking over behoud activa en afdracht binnen WSNP met fictieve ingangsdatum
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 24 juli 2025 een beschikking gegeven in een zaak betreffende de wettelijke schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (WSNP) van een schuldenaar geboren in 1970. De procedure startte nadat de rechtbank op 13 maart 2025 de WSNP op de schuldenaar van toepassing verklaarde en een bewindvoerder aanstelde. De beschermingsbewindvoerder verzocht op 16 april 2025 om de gelden op de beheerrekening niet over te maken aan de boedel van de WSNP.
De rechter-commissaris overwoog dat op grond van artikel 295 van Pro de Faillissementswet het vermogen van de schuldenaar bij aanvang van de WSNP in de boedel valt, maar dat sinds 1 juli 2023 de ingangsdatum van de WSNP fictief kan worden vastgesteld op de datum van de eerste aflossing in het minnelijke traject, hier 14 november 2023. Op die datum bedroeg het vermogen €9.594,29, waarvan na aftrek van het toepasselijke VTLB een bedrag van €8.379,19 aan de boedel moet worden afgedragen.
De bewindvoerder stelde het VTLB vanaf november 2023 tot en met februari 2025 opnieuw vast op €1.327,44, wat resulteert in een maandelijkse afdracht van €208,33 en een totaal van €3.333,38 over de genoemde periode. Daarnaast dienen belastingteruggaven van 2023 en 2024 (respectievelijk €345 en €145) aan de boedel te worden afgedragen. De totale afdracht aan de boedel bedraagt daarmee €12.202,57. Het tijdens de minnelijke regeling binnen het VTLB gespaarde bedrag blijft buiten de boedel, zodat de schuldenaar hierdoor niet benadeeld wordt door de verkorting van de WSNP-termijn.
De rechter-commissaris wijst het verzoek toe dat de schuldenaar het binnen het VTLB gespaarde bedrag mag behouden en legt de afdracht van €12.202,57 aan de boedel op. Eventuele bedragen boven dit totaal mag de schuldenaar zelf houden. Deze beschikking is bevestigd door de Hoge Raad in een uitspraak van 20 december 2024.
Uitkomst: Schuldenaar mag spaargeld binnen VTLB behouden en moet €12.202,57 aan de boedel afdragen.