ECLI:NL:RBMNE:2025:3518
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen tussen 18e en 23e jaar
Betrokkene, een non-binair persoon met diverse medische aandoeningen, vroeg op 3 januari 2023 een Wajong-uitkering aan, bijna 11 jaar na het bereiken van de 18-jarige leeftijd. Het UWV wees de aanvraag af omdat betrokkene op de 18e verjaardag en in de vijf jaren daarna arbeidsvermogen had. Betrokkene maakte bezwaar tegen dit besluit, waarop het UWV na een periode van niet tijdig beslissen alsnog het bezwaar ongegrond verklaarde.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk was, omdat het UWV inmiddels een besluit had genomen. De kern van de zaak betrof de vraag of betrokkene aan de strenge wettelijke eisen voldeed om als jonggehandicapte te worden aangemerkt en dus recht had op een Wajong-uitkering.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene weliswaar beperkingen ondervond, maar dat uit de medische en arbeidsdeskundige rapporten bleek dat betrokkene in de relevante periode over basale werknemersvaardigheden beschikte en ten minste vier uur per dag, waarvan een uur aaneengesloten, een eenvoudige taak kon verrichten. De bewijslast lag bij betrokkene, die onvoldoende medische onderbouwing leverde dat het arbeidsvermogen vóór 5 februari 2017 was verloren gegaan.
Daarom concludeerde de rechtbank dat het UWV terecht had geoordeeld dat betrokkene niet voldeed aan de voorwaarden voor een Wajong-uitkering. De rechtbank wees het beroep ongegrond en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat betrokkene tussen 18 en 23 jaar arbeidsvermogen had, waardoor geen Wajong-uitkering wordt toegekend.