ECLI:NL:RBMNE:2025:3498
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen tenuitvoerlegging bestuursdwang in Industriehaven Utrecht
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de tenuitvoerlegging van een last onder bestuursdwang opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Utrecht. De last betreft het verwijderen van woonarken, een drijvend terras, een drijvende vlonder en een motorboot uit de Industriehaven en het openbaar vaarwater van Utrecht.
De last onder bestuursdwang is bij besluit van 22 december 2022 opgelegd en is onherroepelijk geworden na ongegrondverklaring van bezwaar en beroep door de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het college heeft verzoekster bij brief van 12 juni 2025 een laatste termijn gegeven om zelf de objecten te verwijderen, met de mededeling dat bij uitblijven van verwijdering bestuursdwang zal worden uitgevoerd.
Verzoekster maakte bezwaar tegen de uitvoering van bestuursdwang en verzocht om schorsing. De voorzieningenrechter oordeelt dat de brief van 12 juni 2025 geen besluit in de zin van de Awb is, maar feitelijk handelen betreft. Omdat de last onder bestuursdwang onherroepelijk is, is het bezwaar kansloos en wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond af.
Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 9 juli 2025.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de tenuitvoerlegging van bestuursdwang wordt afgewezen.