ECLI:NL:RBMNE:2025:3249
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag AIO-aanvulling wegens ontbreken rechtmatig verblijf
Eiser, een burger van Bosnië en Herzegovina, vroeg om een Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO) omdat zijn AOW-uitkering onder het sociaal minimum ligt. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees zijn aanvraag af omdat hij niet beschikt over een geldige verblijfstitel en niet voldoet aan de vereisten van de Participatiewet.
Eiser voerde aan dat hij rechtmatig verblijf had, onder meer op basis van lopende procedures en het Europees Sociaal Handvest, en dat de hardheidsclausule of het evenredigheidsbeginsel toegepast moesten worden. De rechtbank oordeelde dat eiser niet binnen het toepassingsbereik van artikel 11 en Pro 16 van de Participatiewet valt en dat procedureel verblijf niet gelijkgesteld kan worden aan rechtmatig verblijf.
De rechtbank stelde vast dat de hardheidsclausule niet van toepassing is op de categorie vreemdelingen waartoe eiser behoort en dat er geen ruimte is voor afwijking van de gebonden bevoegdheid van de Svb. Ook het beroep op het Europees Sociaal Handvest faalde omdat dit geen individuele rechten verleent en niet ziet op uitkeringen als de AIO.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard, eiser krijgt geen AIO-aanvulling en ook geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter N.M. Spelt op 9 mei 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een AIO-aanvulling is ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van rechtmatig verblijf en de niet-toepasselijkheid van de hardheidsclausule.