ECLI:NL:RBMNE:2025:3143
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag woningurgentie wegens ontbreken ernstige noodsituatie
Eiseres vroeg op medische gronden woningurgentie aan vanwege de woonsituatie met haar dochters, waarvan de oudste is gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis. Het college wees de aanvraag af omdat niet voldaan werd aan de strikte voorwaarden van de Huisvestingsverordening, met name het ontbreken van een ernstige noodsituatie die binnen drie maanden moet worden opgelost.
De rechtbank oordeelde dat het college terecht mocht aannemen dat verbetering van de situatie mogelijk was, mede op basis van een brief van de orthopedagoog. De situatie van eiseres onderscheidt zich onvoldoende van andere woningzoekenden die ook een grotere woning wensen. De hardheidsclausule werd niet toegepast omdat geen sprake was van ongerechtvaardigde hardheid.
Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro en artikel 3 IVRK Pro faalde, omdat het college voldoende rekening had gehouden met de belangen van het kind en het belang van een rechtvaardige woonruimteverdeling zwaarder woog. Het beroep werd ongegrond verklaard, het besluit tot afwijzing van urgentie bleef in stand en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van woningurgentie wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.