Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juni 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] , verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
(19 m²) en een perceel van 218 m².
1 januari 2022. De heffingsambtenaar handhaaft de in de uitspraak op bezwaar vastgestelde waarde van € 405.000,-. Eiser bepleit een lagere waarde van € 394.000,-.
De waarde van een woning wordt vaak het beste benaderd door de verkoopprijs van de eigen woning als deze kort voor of na de waardepeildatum (een jaar daarvoor of daarna) is verkocht. Om de waarde van de woning te onderbouwen heeft de heffingsambtenaar in beroep het eigen, recente aankoopbedrag gebruikt en deze geïndexeerd naar de waardepeildatum.
€ 460.250,- respectievelijk € 450.000,-) worden afgezet tegen de WOZ-waarden van die woningen (beiden van € 431.000,-), rekening houdend met de overdrachtsdatum (van
31 maart 2022 respectievelijk 2 juni 2022), dan volgt daar volgens eiser uit dat het prijsstijgingspercentage in werkelijkheid lager ligt, zo begrijpt de rechtbank het standpunt van eiser.
Beslissing
mr. S. Vermeer, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 juni 2025.