Eiser, die algemene bijstand ontvangt en geen vaste woon- of verblijfplaats heeft, vroeg bijzondere bijstand voor de legeskosten van een gehandicaptenparkeerkaart. Het college wees de aanvraag af omdat legeskosten incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten zijn die uit de bijstandsnorm betaald moeten worden, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn.
De rechtbank bevestigt dat legeskosten tot de incidenteel voorkomende noodzakelijke kosten behoren en dat eiser deze kosten in principe zelf moet betalen. Eiser stelde dat zijn financiële situatie door opslagkosten en het ontbreken van woonruimte zeer krap is, maar de rechtbank oordeelt dat deze omstandigheden niet zodanig bijzonder zijn dat bijzondere bijstand gerechtvaardigd is.
De rechtbank benadrukt dat eiser al twee jaar gebruikmaakt van een gehandicaptenparkeerkaart en de legeskosten had kunnen reserveren. Ook is eerder bijzondere bijstand voor opslagkosten toegekend. Eiser had rekening moeten houden met de afwijzing van bijzondere bijstand voor legeskosten en tijdig een vangnet moeten creëren.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond, wijst de bijzondere bijstand af en vergoedt geen griffierecht of proceskosten.