Uitspraak
1.De procedure
2.Waar gaat de zaak over?
artikel 7:678 lid 2 onder Pro d en/of f en/of kvan het Burgerlijk Wetboek: (..)
Rechtbank Midden-Nederland
De werknemer, senior filiaalmanager bij de werkgever, werd op 14 februari 2025 op staande voet ontslagen wegens fraude, omdat hij zonder factuur diensten had verricht en materialen had gebruikt, wat in strijd was met de arbeidsvoorschriften. Na een intern onderzoek en een hoorgesprek bevestigde de werkgever het ontslag schriftelijk.
De werknemer verzocht vernietiging van het ontslag en betaling van loon en transitievergoeding, terwijl de werkgever een gefixeerde schadevergoeding en aanvullende schadevergoeding vorderde. De kantonrechter oordeelde dat het ontslag onverwijld en rechtsgeldig was gegeven, omdat de werkgever snel na ontvangst van een interne melding op 5 februari 2025 had gehandeld.
De gedragingen van de werknemer, waaronder het niet factureren van reparatiekosten en het gebruik van materialen zonder vergoeding, vormden een dringende reden voor ontslag. De werknemer had het vertrouwen van de werkgever ernstig geschonden. De transitievergoeding werd afgewezen vanwege het ernstig verwijtbare handelen. De loonvordering werd toegewezen tot de dag van ontslag, met een matiging van de wettelijke verhoging. De werkgever kreeg de gevorderde gefixeerde schadevergoeding en een schadevergoeding van €537 toegewezen. Proceskosten werden verdeeld.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is rechtsgeldig en het verzoek tot vernietiging wordt afgewezen; de werkgever krijgt een gefixeerde schadevergoeding toegewezen.