Uitspraak
1.De procedure
- de verzetdagvaarding, die wordt beschouwd als conclusie van antwoord, met productie 1 en een incidentele vordering,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser huurt een woning van gedaagde en vordert herstel van diverse gebreken en een huurprijsvermindering over de periode dat de gebreken aanwezig waren. Gedaagde betwist de gebreken en stelt dat veel voor rekening van eiser komen. De kantonrechter beoordeelt de gebreken afzonderlijk en stelt vast dat sommige gebreken onvoldoende zijn onderbouwd of voor rekening van eiser komen.
Voor de gebreken die wel zijn vastgesteld, waaronder schade aan de voordeur, lekkageschade, rotschade, en een niet goed werkende verwarming, oordeelt de kantonrechter dat deze cumulatief het huurgenot ernstig hebben aangetast. De huurprijsvermindering wordt vastgesteld op 40% van de huurprijs over de periode van 11 september 2024 (datum van aangetekende brief aan verhuurder) tot 19 mei 2025, de datum waarop de meeste gebreken zijn opgelost.
Vorderingen tot herstel van gebreken en een verklaring voor recht worden afgewezen omdat de gebreken inmiddels zijn verholpen en onvoldoende onrechtmatigheid is gesteld. De gevorderde schadevergoeding is door eiser ingetrokken. Het verstekvonnis wordt vernietigd en de proceskosten worden aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Huurprijsvermindering van 40% toegekend over periode 11 september 2024 tot 19 mei 2025, overige vorderingen afgewezen.