Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.INLEIDING
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
)
. [9]
- Overlijden als gevolg van (samen)drukkende krachtinwerking op de mond (smoren).
- Overlijden als gevolg van (samen)drukkende krachtinwerking op de hals (wurging/strangulatie).
- de bekennende verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 6 mei en 7 mei 2025;
- de beschrijving van de camerabeelden, waaruit blijkt dat de verdachte op 24 september 2023 met een rolkoffer uit de richting van de woning van het slachtoffer komt lopen;
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
10.BENADEELDE PARTIJ
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
negen jaren en zes maanden;
- wijst de vordering van [benadeelde] toe tot een bedrag van € 273,97, geheel bestaande uit materiële schade;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [benadeelde] van het toegewezen bedrag, te weten € 273,97, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2025 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt de verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde] aan de Staat € 273,97 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 5 dagen gijzeling;
- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.