Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2025 in de zaken tussen
[eiser], uit Utrecht, eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder
Inleiding
5 januari 2024 (deels) afgewezen. Aan eiser is een bedrag van € 940,- toegekend aan bijzondere bijstand. Bij besluit van 8 februari 2024 is de aan eiser toegekende bijzondere bijstand van € 940,- ingetrokken. Met de bestreden besluiten van 26 april 2024 en 29 april 2024 op de bezwaren van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvragen en de intrekking gebleven.
Beoordeling door de rechtbank UTR 24/3952
Het huis van meneer was in orde. Er ligt een vloer, er hangen gordijnen en is volledig gemeubileerd. Het is er schoon en opgeruimd. Het fornuis was in orde.” Hoewel het verslag van het huisbezoek van verweerder summier is, ziet de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van dit verslag. Van belang is dat eiser in bezwaar en beroep op geen enkele manier heeft onderbouwd (bijvoorbeeld door het overleggen van foto’s) dat de woninginrichting en het fornuis aan vervanging toe waren. De door eiser ter zitting op zijn telefoon getoonde foto van zijn bank is hiervoor onvoldoende. De rechtbank concludeert dan ook dat verweerder de aanvraag voor het fornuis en de woninginrichting terecht heeft afgewezen omdat de noodzaak daartoe ontbreekt.
Beoordeling door de rechtbank UTR 24/3951
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.M. van Ettikhoven, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
27 mei 2025.