De kinderrechter van de Rechtbank Midden-Nederland heeft op 27 mei 2025 besloten tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarigen, geboren in 2014 en 2018, voor de duur van een jaar. Tevens is de machtiging tot uithuisplaatsing van de oudste minderjarige bij de vader met gezag verlengd voor zes maanden. De verlenging is noodzakelijk omdat de gestelde doelen van de ondertoezichtstelling nog niet zijn bereikt, met name door het niet kunnen inzetten van passende hulpverlening vanwege financieringsproblemen bij de gemeente en een volle agenda van de vader.
De moeder stemt in met de verlenging, maar verzoekt de duur van de ondertoezichtstelling voor de jongste minderjarige te beperken tot zes maanden. Zij uit zorgen over het gebrek aan hulpverlening en twijfels over de effectiviteit van het voorgenomen gezinsopname traject bij GGZ, mede vanwege de beperkte betrokkenheid van de vader. De vader is niet verschenen op de zitting en wordt opgeroepen zich actief in te zetten voor het contactherstel en de communicatie.
De kinderrechter constateert dat de communicatie tussen de ouders niet constructief is en dat het contactherstel tussen de kinderen en de ouders onvoldoende is. De hulpverlening is niet van de grond gekomen omdat de gemeente de financiering weigert. De rechtbank benadrukt het belang van betrokkenheid van de vader en de gezinsvoogd om de doelen van de ondertoezichtstelling te bereiken. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en kan binnen drie maanden worden aangevochten bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.