Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar van 19 januari 2024 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder stelde dat de ingebrekestelling niet was ontvangen, maar de rechtbank stelde vast dat deze op 31 mei 2024 aangetekend is verstuurd en op 4 juni 2024 door verweerder is ontvangen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder op 4 juni 2024 in gebreke is gesteld en dat het beroep gegrond is. Verweerder moet alsnog binnen een realistische termijn van veertig weken na het verweerschrift, dus uiterlijk 17 april 2025, een besluit nemen op het bezwaar.
Daarnaast is een dwangsom opgelegd van €50 per dag met een maximum van €15.000, waarvan de rechtbank het bedrag van €1.442 vaststelde omdat reeds 42 dagen verstreken zijn. Verweerder is ook veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan eiseres.
De uitspraak is gedaan door rechter B. Fijnheer en griffier M.L. Bressers op 15 januari 2025. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken.