Uitspraak
[verzoekster], uit [woonplaats] , verzoeker en verzoekster, tezamen verzoekers
de burgemeester van de gemeente Lelystad
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de burgemeester van Lelystad besloten een woning voor drie maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet, nadat de politie eind januari 721 XTC-pillen aantrof in de woning. Verzoekers stelden dat de pillen uitsluitend voor eigen recreatief gebruik waren en dat zij niet betrokken waren bij handel. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat de grote hoeveelheid en de verpakking in gripzakjes wijzen op een handelshoeveelheid.
Hoewel er geen concrete aanwijzingen waren dat verzoeker de pillen verhandelde, mocht de burgemeester onder de gegeven omstandigheden aannemen dat de drugs bestemd waren voor verkoop, aflevering of verstrekking. De ernst en omvang van de overtreding maakten sluiting noodzakelijk om het woon- en leefklimaat en de openbare orde te beschermen.
De voorzieningenrechter vond de sluiting evenwichtig, ondanks het verschil in verwijtbaarheid tussen verzoeker en verzoekster, en oordeelde dat de nadelige gevolgen voor verzoekers niet zodanig waren dat van sluiting moest worden afgezien. Het bezwaar tegen de sluiting had geen redelijke kans van slagen, zodat het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen en de burgemeester mag de woning drie maanden sluiten.