Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 11 april 2025 in de zaak tussen
[verzoeker 1] en [verzoeker 2] , uit [plaats] , verzoekers
de burgemeester van de gemeente Utrecht
Stichting Portaaluit Utrecht (woningcorporatie)
Rechtbank Midden-Nederland
De burgemeester van Utrecht heeft de woning van verzoekers met spoed gesloten voor één maand op grond van artikel 174a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Gemeentewet, nadat de politie bij een doorzoeking een automatisch vuurwapen, munitie en andere verdachte voorwerpen in de berging had aangetroffen. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening om de sluiting te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van een spoedeisend belang omdat verzoekers anders geen toegang tot hun woning zouden hebben. De burgemeester had de noodzaak en evenwichtigheid van de sluiting voldoende gemotiveerd gezien de ernst van de situatie, waaronder het vermoeden dat de zoon deel uitmaakt van een crimineel netwerk en het risico op hernieuwde verstoring van de openbare orde.
Verzoekers stelden dat de sluiting onevenredig was vanwege de medische situatie van hun minderjarige dochter en het ontbreken van betrokkenheid bij de criminele feiten. De voorzieningenrechter vond echter dat verzoekers verwijtbaar waren omdat zij verantwoordelijkheid dragen voor wat er in hun woning en berging gebeurt. Ook was onvoldoende gebleken dat zij geen alternatieve woonruimte konden vinden.
De belangenafweging leidde tot de conclusie dat de sluiting niet onevenwichtig was en dat het verzoek om voorlopige voorziening moest worden afgewezen. De woning mag derhalve voor de duur van één maand gesloten blijven.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de woningsluiting wordt afgewezen en de woning mag voor één maand gesloten blijven.