Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door verweerder op haar bezwaar van 19 juli 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank had eerder op 20 februari 2024 het beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen zes weken een besluit te nemen. Deze termijn is verstreken zonder dat verweerder heeft beslist.
De rechtbank constateert dat verweerder nog steeds niet heeft beslist en verklaart het beroep opnieuw gegrond. Omdat de wettelijke beslistermijn te kort is, stelt de rechtbank een nieuwe termijn van twintig weken na verzending van deze uitspraak vast. Tevens wordt een dwangsom van € 50 per dag met een maximum van € 15.000 opgelegd voor het overschrijden van deze termijn.
Eiseres vordert betaling van de toegekende dwangsom, maar de rechtbank wijst erop dat zij hiervoor naar de civiele rechter moet stappen. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 453,50 en het betaalde griffierecht van € 51,- aan eiseres.
De uitspraak is gedaan door rechter Vollebregt-Kuipers en griffier Bressers op 21 februari 2025 en in het openbaar uitgesproken.