Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar van 13 april 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Dienst Toeslagen, had de beslistermijn overschreden en werd bij brief van 20 oktober 2023 in gebreke gesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en dat verweerder alsnog binnen een redelijke termijn een besluit moet nemen. Gezien de complexiteit van de zaak en eerdere jurisprudentie stelt de rechtbank een termijn van veertig weken na het indienen van het verweerschrift van 5 februari 2025, dus uiterlijk 12 november 2025.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 50,- per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser en tot vergoeding van het griffierecht. De rechtbank bevestigt dat verweerder reeds een dwangsom van € 1.442,- heeft vastgesteld conform de Awb.