Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 maart 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
Dienst Toeslagen, verweerder(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ).
Inleiding
Overwegingen
Verweerder moet alsnog een besluit nemen
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar tegen een beslissing van de Dienst Toeslagen over aanvullende werkelijke schadevergoeding. De rechtbank constateerde dat de beslistermijn was overschreden en dat eiser tijdig beroep had ingesteld na een ingebrekestelling.
De rechtbank bepaalde dat verweerder alsnog binnen een termijn van zes weken na verzending van de uitspraak een besluit op bezwaar moet nemen, conform de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vastgestelde termijnen. Tevens werd een dwangsom van €50 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd om verdere vertraging te voorkomen.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser en het betaalde griffierecht. De rechtbank benadrukte dat de dwangsom een prikkel is om tijdig te beslissen en geen compensatie voor het wachten. De uitspraak is gedaan door rechter P.J. Blok en griffier M.A.W.M. Engels op 3 maart 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, verweerder moet binnen zes weken een besluit nemen en een dwangsom betalen bij overschrijding.