Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland;
1.[eiseres sub 1] ,
2.
[eiseres sub 2],
3. de vereniging
[gedaagde sub 1],
2.
[gedaagde sub 2],
3.
[gedaagde sub 3],
4.
[gedaagde sub 4],
[gedaagde sub 5],
gedaagde partijen,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eisers, eigenaren van een pand met een erfdienstbaarheid van overpad, vorderen een verklaring voor recht dat hun rechten prevaleren boven die van de appartementseigenaren van een nieuw gebouwd appartementencomplex op het dienend erf. De rechtbank stelt vast dat de erfdienstbaarheid in 2003 is gevestigd en dat de splitsingsakte uit 2022 niet kan afbreuk doen aan deze rechten.
De projectontwikkelaar heeft het dienend erf gesplitst in appartementsrechten, maar door de bouw kunnen eisers hun recht van overpad niet volledig uitoefenen, met name doordat parkeren op bepaalde parkeerplaatsen het pad kan blokkeren. Eisers vorderen daarom een verbod voor gedaagden om het overpad te belemmeren.
De rechtbank wijst de vorderingen toe voor een deel van de gedaagden, met name [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 5], en legt een dwangsom op bij overtreding. Andere gedaagden worden niet verboden omdat onvoldoende risico is gesteld. Tevens worden proceskosten toegewezen aan eisers tegen de verschenen gedaagden.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en bevat een verbod om het pad te blokkeren met een minimale doorgang van 1,5 meter. De dwangsom bedraagt €50 per dag met een maximum van €20.000, na schriftelijke waarschuwing en hersteltermijn.
Uitkomst: De rechtbank verklaart dat het recht van overpad prevaleert boven de rechten uit de splitsingsakte en verbiedt een deel van de gedaagden het overpad te belemmeren met een dwangsom bij overtreding.