Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist. Nadat verweerder op 16 oktober 2024 in gebreke was gesteld, stelde eiseres op 11 februari 2025 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen alsnog een besluit te nemen binnen een aangepaste termijn van veertig weken na het indienen van het verweerschrift, conform eerdere jurisprudentie. Deze termijn is vastgesteld op uiterlijk 26 november 2025.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 50,- per dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht.
Partijen hebben afgezien van een zitting, waarna de rechtbank het onderzoek heeft gesloten en uitspraak heeft gedaan op 25 maart 2025.