Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar van 12 januari 2024 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder is op 4 september 2024 in gebreke gesteld en het beroep is tijdig ingediend na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn door verweerder is overschreden en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen alsnog een besluit te nemen binnen een realistische termijn van veertig weken na het indienen van het verweerschrift, dit is uiterlijk 6 oktober 2025.
Daarnaast wordt een dwangsom van €50 per dag vastgesteld voor iedere dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht.
Partijen hebben afgezien van een zitting en het onderzoek is gesloten. De uitspraak is gedaan door rechter B. Fijnheer en griffier M.A.W.M. Engels op 27 februari 2025.