ECLI:NL:RBMNE:2024:7570
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boetes wegens ontbreken zorgverzekering minderjarige dochter
Eiser, vader en gezaghebbende over zijn minderjarige dochter, kreeg twee boetes opgelegd omdat hij niet binnen de gestelde termijnen een Nederlandse zorgverzekering voor haar had afgesloten. De eerste boete werd opgelegd nadat verweerder constateerde dat de dochter geen zorgverzekering had, ondanks de wettelijke verplichting. Eiser maakte bezwaar tegen beide boetes, maar het bezwaar tegen de eerste boete werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was, ondanks zijn detentie en omstandigheden rondom postontvangst. Ook werd geoordeeld dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet in staat was eerder een zorgverzekering af te sluiten, aangezien hij vanaf november 2022 zijn dochter kon verzekeren.
Verder wees de rechtbank het verzoek tot matiging van de boete af, omdat eiser onvoldoende bewijs leverde van zijn financiële situatie tijdens detentie. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de opgelegde boetes blijven in stand.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de opgelegde boetes wegens het niet tijdig afsluiten van een zorgverzekering voor de minderjarige dochter.