In deze civiele zaak tussen buren staat centraal of eiseres een recht van erfdienstbaarheid op de steeg van gedaagde heeft verkregen door verjaring. Eiseres maakt al decennialang gebruik van de steeg, die toegang geeft van haar achtertuin naar de openbare weg. Gedaagde plaatste in 2023 een slot op de poort, waardoor het gebruik werd geblokkeerd, waarna eiseres een verklaring voor recht vorderde dat er een erfdienstbaarheid is ontstaan.
De rechtbank beoordeelde dat onder het oude Burgerlijk Wetboek (tot 1992) geen erfdienstbaarheid door verjaring kon ontstaan omdat continu gebruik vereist was. Onder het huidige BW is verkrijgende verjaring uitgesloten omdat eiseres niet te goeder trouw was, maar bevrijdende verjaring is wel van toepassing omdat het gebruik meer dan twintig jaar onafgebroken, openbaar en kenbaar was.
De rechtbank verwierp het verweer van gedaagde dat sprake was van een persoonlijk recht op basis van toestemming van de rechtsvoorganger, omdat onvoldoende bewijs was geleverd dat dit recht strikt persoonlijk was. Elf getuigen bevestigden het langdurige gebruik. De rechtbank wees de vordering van gedaagde af en veroordeelde haar mee te werken aan inschrijving van de erfdienstbaarheid. Tevens werden buitengerechtelijke kosten en proceskosten aan eiseres toegewezen.