Bijlage : voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Urgentieverordening huisvesting [woonplaats] 2023
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze vordering wordt verstaan onder:
d. mantelzorg: hulp, als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
g. Bijzondere maatschappelijke doelgroep: (…) de woningzoekenden die een verblijf in een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg verlaten waar zij geneeskundige geestelijke zorg ontvingen (…), en uitstromen naar de gemeente van regie/herkomst binnen de regio Amersfoort (…).
Voor de in artikel 2, lid 1 aangewezen categorieën woonruimte wordt voorrang gegeven aan woningzoekenden, waarvoor de voorziening in de behoefte aan woonruimte dringend noodzakelijk is
Tot de in het eerste lid bedoelde categorieën woningzoekenden behoren:
a. De twee verplichte urgentiecategorieën genoemd in de Huisvestingswet (artikel 12, lid 3), te weten:
1. Woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijk opvang voor personen die hun woning hebben moeten verlaten in verband met relationele problemen of geweld;
2. Woningzoekenden die mantelzorg verlenen of ontvangen.
b. De drie verplichte urgentiecategorieën in gemeentelijke taakstellingen:
(…)
2. Regionale uitstrook uit maatschappelijke instellingen voor de bijzondere maatschappelijke doelgroepen;
c. Ingezetenen met een ernstige sociale problematiek:
1. Bij een levensbedreigende situatie mede veroorzaakt door de huidige woonsituatie;
(…)
e. Ingezetenen met een urgente medische reden waarbij de oplossing van de huisvestingssituatie medisch urgent is;
f. Ingezeten met meervoudige problematiek zoals bijvoorbeeld psychische, sociale, medische of financiële problematiek (mede) gerelateerd aan de huisvestingssituatie.
Artikel 7. Algemene beoordelingscriteria
1. Bij de behandeling van de aanvraag worden de volgende algemene criteria gehanteerd:
Er wordt alleen urgentie verleend, indien er sprake is van een acute woonnoodsituatie of duidelijk aantoonbaar is dat deze op korte termijn dreigt te ontstaan;
Er wordt alleen urgentie verleend als de aanvrager aantoont maximale inspanning te hebben gepleegd om zelf de woonnoodsituatie op te lossen;
De individuele situatie van de aanvrager is uitgangspunt voor de beoordeling van de urgentie-aanvraag.
Artikel 8. Aanvullende bepalingen urgentiecategorie artikel 5, lid 2, onder a, 2 (mantelzorg)
1. Bij een aanvraag om urgentie door een mantelzorgverlener of een mantelzorgontvanger moet aan de volgende criteria worden voldaan:
De aanvrager van de urgentie is diegene die wil verhuizen. Dit kan de mantelzorg ontvanger zijn of de mantelzorgverlener;
De mantelzorg ontvanger of de mantelzorgverlener is ingezetene;
De mantelzorgverlener krijgt geen geld voor de zorg en hulp die hij/zij geeft.
Het is aannemelijk dat de mantelzorgrelatie minimaal 1 jaar in stand blijft na het afgeven van de urgentieverklaring;
De mantelzorgontvanger heeft alle voorliggende voorzieningen geaccepteerd;
De zorgtaken kosten de mantelzorgverlener minimaal 10 uur per week, verdeeld over tenminste 4 dagen;
De mantelzorgontvanger bewoont een zelfstandige woonruimte (extramuraal).
De huidige reistijd tussen de mantelzorgontvanger en de mantelzorgverlener is minimaal 30 minuten met de auto (snelste route volgens Google Maps) of openbaar vervoer.
De mantelzorgontvanger kan zich niet zelfstandig redden op minimaal drie van de volgende levensgebieden:
Huishouden doen en het regelen van het dagelijks leven
Artikel 17. Hardheidsclausule
1. Het college is bevoegd in gevallen, waarin de toepassing van deze verordening naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt ten gunste van de aanvrager af te wijken van deze verordening.
Toelichting Urgentieverordening huisvesting [woonplaats] 2023
Ter verduidelijking worden hieronder een niet limitatief aantal voorbeelden gegeven van omstandigheden, waarbij de aanvrager in het algemeen NIET in aanmerking komt voor een urgentie.
(…)
3. Inwoning. Bijvoorbeeld het inwonen, ook als gezin, bij ouders, op kamers of een niet zelfstandige etage.
Algemene wet bestuursrecht
Voordat een bestuursorgaan op het bezwaar beslist, stelt het belanghebbenden in de gelegenheid te worden gehoord.
Het bestuursorgaan stelt daarvan in ieder geval de indiener van het bezwaarschrift op de hoogte alsmede de belanghebbenden die bij de voorbereiding van het besluit hun zienswijze naar voren hebben gebracht.
1. Tot tien dagen voor het horen kunnen belanghebbenden nadere stukken indienen.