Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie
- de brief waarin een plaatsopneming en mondelinge behandeling is bepaald
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele zaak tussen buren over een erfgrens heeft de rechtbank Midden-Nederland geoordeeld dat het hek dat door de buren is geplaatst deels over de kadastrale erfgrens van de eiseres staat. De eiseres had een erfgrensreconstructie laten uitvoeren door het kadaster, waaruit bleek dat het hek ongeveer tien centimeter over de grens staat.
De gedaagden stelden dat zij de grond al sinds 2001 in gebruik hadden en dat er sprake was van bevrijdende verjaring. De rechtbank oordeelde dat het gebruik van de grond door de gedaagden, zoals het planten van plantjes en het plaatsen van een skelter, onvoldoende was om te spreken van inbezitneming die de eigendom van de eiseres teniet zou doen. Pas vanaf 2022 was er sprake van inbezitneming, maar de verjaringstermijn van twintig jaar was toen nog niet verstreken.
De rechtbank verklaarde daarom voor recht dat de erfgrens zoals vastgesteld door het kadaster geldt en veroordeelde de gedaagden om het hek binnen vier weken te verwijderen en verwijderd te houden. Tevens werd een dwangsom opgelegd bij niet-naleving. Daarnaast werden de kosten van de kadastermeting en buitengerechtelijke kosten aan de eiseres toegekend. De vorderingen van de gedaagden in reconventie werden afgewezen en zij werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hek dat over de erfgrens staat moet worden verwijderd omdat geen sprake is van bevrijdende verjaring.