Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 26 juli 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank had bij uitspraak van 15 maart 2024 al geoordeeld dat verweerder binnen zes weken een besluit moest nemen, maar deze termijn is verstreken zonder besluit.
De rechtbank constateert dat verweerder nog steeds niet heeft beslist en verklaart het beroep daarom gegrond. De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen twintig weken na verzending van deze uitspraak een besluit op bezwaar moet nemen, een termijn die aansluit bij de gemiddelde doorlooptijd van de bezwaarprocedure.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 50,- per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 437,50 aan eiseres en moet het betaalde griffierecht van € 51,- vergoeden.