Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord van [gedaagde] ;
Rechtbank Midden-Nederland
De huurder [gedaagde] huurt sinds september 2021 een bedrijfsruimte van Achmea en heeft sinds december 2022 geen huur meer betaald, wat heeft geleid tot een huurachterstand van bijna twee jaar. Achmea vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het pand en betaling van achterstallige en toekomstige huur, boetes, rente en kosten.
De kantonrechter verwijst naar een eerder kortgedingvonnis waarin de ontruiming is bevolen en betaling van huur en boetes is vastgesteld. [gedaagde] betwist de betalingsverplichting en voert aan dat Achmea de verkoop van haar onderneming blokkeert, maar dit verweer wordt verworpen wegens gebrek aan bewijs en eerdere rechterlijke uitspraken.
De huurovereenkomst wordt per 25 december 2024 ontbonden wegens ernstige tekortkoming. De achterstallige huur tot en met april 2024 en de huur vanaf mei tot de ontruiming op 4 augustus 2024 worden toegewezen. Daarnaast wordt een schadevergoeding toegekend voor maximaal zes maanden huur na ontruiming, met verdere schade vast te stellen via schadestaatprocedure.
Verbeurde boetes, boeterente, beslagkosten en buitengerechtelijke incassokosten worden eveneens toegewezen. De proceskosten worden aan [gedaagde] opgelegd. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct geldt ook bij hoger beroep.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van huurachterstand, huur tot ontruiming, boetes, kosten en schadevergoeding.