In deze zaak heeft de werkgever verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer wegens een verstoorde arbeidsverhouding. De werknemer is sinds 2 mei 2024 arbeidsongeschikt en er geldt daarom een opzegverbod tijdens ziekte. De kantonrechter oordeelt dat het ontbindingsverzoek verband houdt met de ziekteperiode en dat de arbeidsovereenkomst daarom niet kan worden ontbonden.
De werknemer heeft zich ziek gemeld na een periode waarin hij psychische klachten ontwikkelde, die ook invloed hadden op zijn functioneren en het gebruik van de aan hem ter beschikking gestelde auto. De kantonrechter stelt vast dat deze omstandigheden niet los kunnen worden gezien van de arbeidsongeschiktheid, waardoor het opzegverbod van toepassing is.
Daarnaast verzoekt de werknemer terugbetaling van een ingehouden salarisbedrag vanwege vermeend onterecht autogebruik. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever geen recht had op inhouding omdat het maximum aantal contractkilometers niet is overschreden. Tevens worden buitengerechtelijke incassokosten toegewezen, terwijl vergoeding van daadwerkelijke advocaatkosten wordt afgewezen. De proceskosten worden aan de zijde van de werkgever opgelegd.