ECLI:NL:RBMNE:2024:7239
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na geschiktheid voor eigen werk bevestigd
Eiser ontving een Ziektewetuitkering na ziekmelding voor zijn werk als bron- en contactonderzoekmedewerker. Het UWV beëindigde de uitkering per 15 maart 2021 op grond van een verzekeringsgeneeskundige beoordeling dat eiser geschikt was voor zijn eigen werk. Na bezwaar en een eerdere vernietiging door de rechtbank Zwolle, nam het UWV een nieuw besluit dat het bezwaar opnieuw ongegrond verklaarde.
De rechtbank Midden-Nederland beoordeelde of het UWV terecht de uitkering had beëindigd. Volgens het toetsingskader van de Centrale Raad van Beroep moet bij gedeeltelijke hervatting van werk tijdens een WW-uitkering worden uitgegaan van een gecombineerde maatstaf, waarbij is gekeken naar de functies die bij de WIA-beoordeling passend zijn bevonden en de laatst verrichte arbeid. De verzekeringsarts stelde vast dat de medische beperkingen niet waren toegenomen en dat eiser geschikt was voor de functies van BCO-medewerker en parkeercontroleur.
De rechtbank vond het medisch onderzoek zorgvuldig en volgde de verzekeringsarts in zijn oordeel dat eiser geschikt was voor 28 uur per week als BCO-medewerker en 12 uur per week als parkeercontroleur. Eiser bracht geen nieuwe medische informatie aan die het oordeel zou ondermijnen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de beëindiging van de ZW-uitkering per 15 maart 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt ongegrond verklaard en de uitkering is terecht per 15 maart 2021 beëindigd.