Uitspraak
- het proces-verbaal van de civiele rolzitting van 5 juni 2024 met de weergave van het mondelinge antwoord.
2.De kern van de zaak
3.De achtergrond van de zaak
4.De beoordeling
€ 367,82
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser huurde van 1 oktober 2019 tot 1 april 2022 een kamer van gedaagde en betaalde maandelijks €235,50 aan servicekosten. Eiser stelde dat hij te veel betaalde en stapte naar de Huurcommissie, die de servicekosten voor 2021 vaststelde op €799,42, terwijl eiser €2.826,00 had betaald.
De kantonrechter oordeelde dat de uitspraak van de Huurcommissie bindend is, omdat geen verzet of verzoek tot rechterlijke beslissing is ingediend binnen de wettelijke termijnen. Gedaagde betwistte de betaling niet, maar weigerde terug te betalen en stelde dat de Huurcommissie onrechtmatig zou handelen.
De kantonrechter verwierp dit verweer, stelde vast dat gedaagde in verzuim was en veroordeelde hem tot terugbetaling van €2.026,58 met wettelijke rente vanaf 21 februari 2024. Tevens werden buitengerechtelijke incassokosten van €367,82 en proceskosten van €597,00 toegewezen. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Verhuurder moet €2.026,58 te veel betaalde servicekosten met rente, incassokosten en proceskosten aan huurder betalen.