Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 december 2024 in de zaak tussen
Utrechtse Bomenstichting,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht
[derde belanghebbende] B.V.uit [vestigingsplaats] , vergunninghouder
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het beroep van eisers tegen een omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Utrecht heeft verleend voor het tweedaagse evenement dat in juni 2023 plaatsvond. Het evenement wordt jaarlijks georganiseerd en de vergunningverlening vond laat plaats, kort voor het evenement. Eisers voerden onder meer aan dat de late aanvraag de rechtsbescherming schaadt en dat het college onjuiste toepassing gaf aan het geluidsbeleid.
De rechtbank oordeelde dat er geen wettelijke verplichting bestaat om de aanvraag eerder in te dienen en dat de late vergunningverlening geen inbreuk maakt op het recht op rechtsbescherming. De belangenafweging door het college, waarbij het belang van het evenement zwaarder werd gewogen dan andere belangen, is niet onredelijk. Ten aanzien van het geluidsaspect is vastgesteld dat nieuw beleid per 2025 geldt, waardoor het belang bij beoordeling van het oude beleid ontbreekt.
Verder is geoordeeld dat het college voldoende onderzoek heeft gedaan naar de gevolgen voor dieren en dat het rapport van de broedvogelcontrole geen aanleiding gaf tot twijfel. De rechtbank concludeert dat het college in redelijkheid tot vergunningverlening heeft kunnen besluiten en verklaart het beroep ongegrond. De vergunning blijft daarmee in stand en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft in stand.