ECLI:NL:RBMNE:2024:6796
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen WOZ-waarde woning met aangepaste proceskostenvergoeding
Eiser maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, oorspronkelijk vastgesteld op €644.000,- voor het belastingjaar 2023. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde in de uitspraak op bezwaar, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank Midden-Nederland.
Tijdens de digitale zitting op 25 oktober 2024 werd een compromis bereikt waarbij de waarde van de woning werd vastgesteld op €585.000,-. De rechtbank sloot zich hierbij aan en verklaarde het beroep gegrond. Daarnaast werd de proceskostenvergoeding besproken, waarbij de rechtbank een wegingsfactor van 0,5 toepaste vanwege het gebruik van een nieuwe referentiewoning door de gemachtigde van eiser.
De rechtbank bepaalde de totale proceskostenvergoeding op €1.499,- en wees het griffierecht van €50,- toe aan eiser. Tevens werd bepaald dat de heffingsambtenaar deze bedragen alleen mag uitbetalen op een bankrekening op naam van eiser. De uitspraak vernietigde de bestreden uitspraak op bezwaar en leidde tot een verlaging van de WOZ-waarde en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt verlaagd tot €585.000,- en eiser ontvangt een proceskostenvergoeding van €1.499,- en griffierecht van €50,-.