Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar van 5 maart 2024 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft erkend dat de beslistermijn is overschreden en een verweerschrift ingediend op 27 september 2024. Partijen hebben afgezien van een zitting. De rechtbank sluit het onderzoek en verklaart het beroep gegrond.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een redelijke termijn, gesteld op uiterlijk 4 juli 2025, een besluit op bezwaar moet nemen. Deze termijn is gebaseerd op eerdere uitspraken waarin een termijn van veertig weken na het indienen van het verweerschrift als realistisch is vastgesteld, gezien de gemiddelde doorlooptijd van bezwaarprocedures.
Daarnaast wordt een dwangsom vastgesteld van €50,- per dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000,-. Verweerder heeft reeds een dwangsom van €1.442,- toegekend, waarover de rechtbank verder niet oordeelt. Ten slotte wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€437,50) en het betaalde griffierecht (€51,-).