De zaak betreft het beroep van eiser tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht om een omgevingsvergunning te verlenen voor de bouw van vier woongebouwen (S4 tot en met S7) in het Kruisvaartkwartier. Eiser woont in de nabijheid van het projectgebied en heeft bezwaar gemaakt tegen de vergunning, dat door het college niet-ontvankelijk werd verklaard omdat eiser geen belanghebbende zou zijn.
De rechtbank beoordeelt of eiser voldoende persoonlijk belang heeft bij het besluit. Hierbij wordt gekeken naar factoren als afstand tot het plangebied, zicht op de bouwlocaties, verkeersimpact, deelname aan de klankbordgroep, en milieugevolgen zoals stikstofuitstoot. De rechtbank stelt vast dat de woning van eiser circa 120 meter van het plangebied ligt, het zicht op de woongebouwen zeer beperkt is, en de toename van verkeer door de bouw gering en voor langzaam verkeer is.
Eisers deelname aan de klankbordgroep en zijn mogelijke toekomstige woonwens in het gebied zijn onvoldoende concreet om belanghebbendheid aan te nemen. Ook de milieugevolgen onderscheiden zijn belang niet van dat van andere omwonenden. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en hoeft het college geen griffierecht of proceskosten te vergoeden.