ECLI:NL:RBMNE:2024:6330

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
19 november 2024
Publicatiedatum
18 november 2024
Zaaknummer
UTR 24/1882
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schadevergoeding rechtsbijstandskosten wegens gebrek aan publiekrechtelijke grondslag

Verzoeker heeft het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort verzocht om vergoeding van rechtsbijstandskosten die hij verleent aan een inwoner van de gemeente. Het college weigerde deze vergoeding te betalen. Verzoeker stelde daarop een bestuursrechtelijke procedure in bij de rechtbank Midden-Nederland.

De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin al is geoordeeld dat er geen publiekrechtelijke grondslag bestaat voor de vergoeding van deze kosten en dat de bestuursrechter niet bevoegd is om hierover te oordelen. De rechtbank herhaalt dat de schade niet voortvloeit uit een onrechtmatig bestuursbesluit of een daarmee samenhangende handeling in de zin van artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Daarom wordt het verzoek om schadevergoeding als ongegrond afgewezen zonder dat een zitting nodig is. Het college hoeft geen proceskosten of griffierecht te vergoeden. Partijen kunnen binnen zes weken na verzending van de uitspraak verzet instellen.

Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding voor rechtsbijstandskosten wordt afgewezen wegens gebrek aan publiekrechtelijke grondslag en onbevoegdheid van de bestuursrechter.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/1882

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 november 2024 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort, verweerder.

Inleiding

1. Verzoeker heeft het college op 23 januari 2024 verzocht om vergoeding van schade, vanwege de kosten van de rechtsbijstand die hij verleent en nog zal verlenen aan een inwoner van de gemeente Amersfoort. Verzoeker verzocht om betaling van € 6.018,- waarbij hij aangaf dat als het college binnen acht weken akkoord zou gaan, hij kon instemmen met een bedrag van € 5.318,-.
2. Het college heeft geweigerd om de door verzoeker gestelde schade te vergoeden.
3. Verzoeker heeft vervolgens de bestuursrechter van de rechtbank verzocht om het college te veroordelen tot schadevergoeding.

Beoordeling door de rechtbank

4. Deze zaak is een vervolg op een eerdere procedure tussen verzoeker en het college, die heeft geleid tot de uitspraak van de rechtbank van 5 januari 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:140. In deze uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat er geen publiekrechtelijke grondslag is voor het verstrekken van de door eiser gewenste vergoeding voor rechtsbijstandskosten en dat dit geschil daarom niet aan de bestuursrechter kan worden voorgelegd.
5. De rechtbank verwijst naar deze eerdere uitspraak en herhaalt dat eiser niet bij de bestuursrechter terecht kan voor een oordeel van de rechter over dit onderwerp. De weg van schadevergoeding via de bestuursrechter staat daarvoor ook niet open, omdat de door eiser gestelde schade niet het gevolg is van een onrechtmatig besluit of een daarmee samenhangende handeling in de zin van artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Conclusie en gevolgen

6. Het verzoek om schadevergoeding moet als ongegrond worden afgewezen. Dit is zo duidelijk, dat daarvoor geen zitting bij de rechtbank nodig is. Het college hoeft geen proceskosten of griffierecht te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Meulder, rechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Pruntel, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 november 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.