ECLI:NL:RBMNE:2024:629
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde en afwijzing verzoek immateriële schade wegens redelijke termijn
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van een onroerende zaak voor het belastingjaar 2022, nadat bezwaar gedeeltelijk was toegewezen en de waarde was verlaagd.
De rechtbank beoordeelde het beroep op basis van het taxatierapport en het verweerschrift van de heffingsambtenaar. Nieuwe specifieke beroepsgronden die op de zitting werden ingebracht, werden buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde, omdat deze te laat werden aangevoerd en de tegenpartij daardoor niet adequaat kon reageren.
Daarnaast wees de rechtbank het verzoek om vergoeding van immateriële schade af, omdat de procedure niet langer dan twee jaar had geduurd, wat als redelijke termijn wordt beschouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de bestreden uitspraak en wees het verzoek om schadevergoeding af. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.