Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 november 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Volgens het waterschap dient het algehele verbod op gemotoriseerd vaarverkeer op de bovenloop daarnaast de vaarveiligheid. Op diverse locaties op de bovenloop zijn er ondieptes of is er onderwaterbeschoeiing aangelegd. Het profiel van de watergang, die relatief smal en ondiep is, is daarmee in principe ongeschikt voor vaartuigen dieper dan een kano, zo stelt het waterschap.
De rechtbank ziet geen aanleiding om aan de juistheid van de conclusies van de ecoloog te twijfelen. Dat eiser in zijn reactie vraagtekens heeft gezet bij de deskundigheid van de ecoloog, is daarvoor onvoldoende. Daarbij betrekt de rechtbank dat de conclusies van de ecoloog steun vinden in de onderzoeken waar het waterschap naar verwijst, en dat eiser ook geen tegenrapport van een andere deskundige heeft overgelegd waar iets anders uit naar voren komt.
De rechtbank is tot slot van oordeel dat het waterschap in redelijkheid het algemeen belang van het voorkomen van ecologische schade en risico’s voor de vaarveiligheid heeft mogen laten prevaleren boven het belang van eiser. In dat verband heeft het waterschap meegewogen dat het verbod van gemotoriseerd vaarverkeer al sinds 1998 geldt, en dat dat in zoverre niet verandert voor eiser. Ook is van belang dat geen sprake is van een algeheel vaarverbod, nu eiser met ongemotoriseerde boten nog steeds recreëren op de bovenloop. De rechtbank kan dit volgen. Van strijd met het evenredigheidsbeginsel is dan ook geen sprake.