ECLI:NL:RBMNE:2024:5935
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen verlenging woningsluiting door burgemeester
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de burgemeester van Utrecht om de sluiting van zijn woning met 30 dagen te verlengen op grond van artikel 174a lid 1 onder b en lid 3 van de Gemeentewet. De woning was eerder al gesloten vanaf 6 september 2024 wegens een ernstig crimineel conflict waarbij verzoeker centraal staat.
De burgemeester baseert het besluit op bestuurlijke rapportages waaruit blijkt dat er een aanhoudende dreiging is van geweld in het kader van een internationale cocaïnehandel, met aanslagen en beschietingen in verschillende plaatsen. Verzoeker ontkent dat hij gevaar loopt en stelt dat het conflict is opgelost, maar de voorzieningenrechter acht de rapportages betrouwbaar en concludeert dat de dreiging nog actueel is.
De voorzieningenrechter beoordeelt dat de maatregel geschikt, noodzakelijk en evenredig is om de ernstige vrees voor een ernstige verstoring van de openbare orde weg te nemen. Minder ingrijpende maatregelen zoals surveillance zijn onvoldoende gebleken. Het belang van handhaving van de openbare orde weegt zwaarder dan het belang van verzoeker en zijn gezin om in de woning te verblijven.
Gelet hierop ziet de voorzieningenrechter geen redelijke kans van slagen voor het bezwaar van verzoeker en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. De woning blijft gesloten en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de verlenging van de woningsluiting wordt afgewezen en de woning blijft gesloten.