Uitspraak
1.[eiser sub 1] ,
2.
[eiseres sub 2] e/v [eiser sub 1],
1.De procedure
- de brief van [gedaagde] van 22 juli 2024 met 3 bijlagen
- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald
Rechtbank Midden-Nederland
Partijen sloten op 1 september 2023 een huurovereenkomst voor een winkelruimte, die liep tot 31 augustus 2024. Vanaf november 2023 ontstonden betalingsproblemen door tegenvallende omzet. In februari 2024 werd de huurprijs verlaagd, maar daarna bleef betaling uit. De huurovereenkomst werd op 12 juni 2024 met wederzijds goedvinden beëindigd.
De gedaagde erkende een huurachterstand van € 5.100, maar wilde € 500 aan verzilverde cadeaubonnen verrekenen. De kantonrechter oordeelde dat deze verrekening was geregeld in de vaststellingsovereenkomst en dat het beroep op verrekening faalde. Ook stelde de gedaagde dat hij onjuist was voorgelicht over de winkelomzet en locatie, maar dit werd niet bewezen.
De kantonrechter wees de vordering van de eisers toe, inclusief contractuele rente van € 1.200 en buitengerechtelijke incassokosten van € 925,65. De gedaagde werd veroordeeld tot betaling van in totaal € 7.225,65, de proceskosten van € 859,38 en wettelijke rente over de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de vordering tot betaling van € 7.225,65 met rente en proceskosten toe en wijst het verweer tot verrekening en onjuiste voorlichting af.