Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres huurde van mei 2018 tot mei 2023 woonruimte van gedaagde en vordert vaststelling van de daadwerkelijk gemaakte servicekosten over januari 2021 tot mei 2023 en terugbetaling van het teveel betaalde voorschot van €1.611,20.
De kantonrechter stelt vast dat eiseres maandelijks €70 aan servicekosten voorschot betaalde, totaal €2.030, terwijl de werkelijke kosten slechts €418,80 bedroegen. De vordering tot terugbetaling wordt daarom toegewezen. De overeengekomen servicekosten betreffen gemeentelijke belastingen en onderhoud CV-ketel, waarbij alleen het CV-onderhoud als kostenpost resteert voor verrekening.
Het verweer van gedaagde dat eiseres haar recht op afrekening heeft verwerkt, wordt verworpen wegens ontbreken van bijkomende omstandigheden. Ook het beroep op goede trouw en verrekening faalt. De opzegging door eiseres was tijdig en conform wettelijke termijn. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het bedrag, wettelijke rente vanaf dagvaarding, en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van €1.611,20 te veel betaalde servicekosten, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.