ECLI:NL:RBMNE:2024:5882

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
16 oktober 2024
Publicatiedatum
16 oktober 2024
Zaaknummer
UTR 24/578
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking last onder dwangsom wegens gewijzigde omstandigheden

Verzoeker had beroep ingesteld tegen een last onder dwangsom die het college had opgelegd wegens het vergroten van een schuur zonder omgevingsvergunning. Na het indienen van het beroep vroeg verzoeker om een tijdelijke vergunning, die het college uiteindelijk verleende, waarna het college de last onder dwangsom introk.

Verzoeker verzocht vervolgens om het college te veroordelen in de proceskosten, stellende dat het college aan zijn bezwaren tegemoet was gekomen. De rechtbank overwoog dat van tegemoetkomen alleen sprake is als het bestuursorgaan het oorspronkelijke standpunt herziet op gronden die de onrechtmatigheid van het oorspronkelijke besluit erkennen.

In deze zaak had het college de last onder dwangsom ingetrokken vanwege de gewijzigde situatie dat een vergunning was verleend, en niet omdat het standpunt over de overtreding was gewijzigd. Daarom was er geen sprake van tegemoetkomen en wees de rechtbank het verzoek om proceskostenveroordeling af.

Uitkomst: Het verzoek om het college te veroordelen in de proceskosten wordt afgewezen wegens het ontbreken van tegemoetkomen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/578

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 oktober 2024 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats 1] , verzoeker

(gemachtigde: mr. Y. Ouled Belkacem),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden(het college), verweerder
(gemachtigde: A. La Soe).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het college in de proceskosten.
2. Met het besluit van 26 juni 2023 (het primaire besluit) heeft het college aan verzoeker een last onder dwangsom opgelegd ten aanzien van een schuur op kadastraal perceel “ [perceel] , sectie [sectie] , nummer [nummer] ”, [adres] [plaats 2] , gemeente Vijfheerenlanden. De schuur is zonder omgevingsvergunning vergroot naar 70 m². Verzoeker moet voor 31 oktober 2024 de schuur terug brengen naar 32 m². Verzoeker heeft daartegen bezwaar gemaakt.
3. Met het besluit van 14 december 2023 (het bestreden besluit) heeft het college, met aanvulling van de motivering, de last onder dwangsom in stand gelaten. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
4. Op 27 februari 2024 heeft verzoeker het college gevraagd of bij het college bereidheid bestaat een tijdelijke vergunning voor tien jaar te verlenen voor het vergroten van de stal. Het college heeft daarop verzoeker op 31 mei 2024 bericht in principe bereid te zijn een tijdelijke vergunning voor 10 jaar te verlenen onder de voorwaarden dat:
- de opslagvoorzieningen 3, 4 en 5 moeten zijn verwijderd voor 1 september 2024, en
- voor 1 september 2024 een volledige aanvraag omgevingsvergunning moet zijn ingediend.
5. Op 11 juni 2024 heeft verzoeker de aanvraag omgevingsvergunning ingediend.
6. Het college heeft met een besluit van 1 augustus 2024 aan verzoeker voor tien jaar een vergunning verleend voor de stal. Met een besluit van 10 september 2024 heeft het college de last onder dwangsom van 26 juni 2023 ingetrokken. In het besluit is opgenomen dat het college erop vertrouwt dat de opslagvoorzieningen 3, 4 en 5 worden verwijderd en dat de toezichthouder dat binnenkort zal gaan controleren.
7. Verzoeker heeft op 23 september 2024 zijn beroep tegen het bestreden besluit ingetrokken en daarbij verzocht om veroordeling van het college in de proceskosten.
8. De rechtbank heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het college heeft de rechtbank meegedeeld dat er geen aanleiding bestaat voor het vergoeden van proceskosten.

Beoordeling door de rechtbank

9. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat de uitkomst van de zaak duidelijk (‘kennelijk’) is. [1]
10. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
11. Een bestuursorgaan kan op verzoek van de indiener van een beroepschrift in de kosten worden veroordeeld als het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de bezwaren uit het beroepschrift is tegemoetgekomen. [2] Van tegemoetkomen is slechts sprake, als het bestuursorgaan binnen de grenzen van het geding een in het bestreden besluit ingenomen standpunt herziet en het door de indiener van het beroepschrift gewenste besluit alsnog neemt op gronden die erkenning van de onrechtmatigheid van het oorspronkelijke besluit impliceren. Van tegemoetkomen is geen sprake indien het bestuursorgaan het door de indiener van het beroepschrift gewenste besluit neemt op andere gronden dan door de indiener aangevoerd of wegens gewijzigde omstandigheden. [3]
12. Het beroep van verzoeker was gericht tegen de opgelegde last onder dwangsom in verband met de vergroting van een schuur zonder omgevingsvergunning. Na indiening van zijn beroep heeft verzoeker een aanvraag om een tijdelijke omgevingsvergunning ingediend.
Met het besluit van 10 september 2024 – waarmee volgens verzoeker is tegemoetgekomen – heeft het college de opgelegde last onder dwangsom ingetrokken. Het college heeft daarmee niet zijn standpunt herzien dat sprake was van een overtreding vanwege de vergroting van een schuur/stal zonder omgevingsvergunning of dat aanleiding was om van handhaving af te zien. Het college heeft de last onder dwangsom ingetrokken, vanwege de gewijzigde omstandigheid dat na verzoekers aanvraag een tijdelijke omgevingsvergunning is verleend voor het vergroten van de stal.
13. De rechtbank wijst het verzoek om het college te veroordelen in de proceskosten af, omdat geen sprake is van tegemoetkomen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om het college te veroordelen in de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.S.D. de Weerd, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 oktober 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 8 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1487 en 8 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2014.